Definities

Definities#

Een lijst van definities in de volgorde dat ze voor het eerst voorkomen in de module.

Webdesign: Het vormgeven van websites in het internet, waarbij ook het technisch ontwikkelen van websites als onderdeel wordt gezien.

HTML: HyperText Markup Language is een opmaaktaal voor de specificatie van documenten, voornamelijk bedoeld voor het wereldwijde web.

CSS: Cascading Style Sheets zijn een mogelijkheid om de vormgeving van webpagina’s los te koppelen van hun feitelijke inhoud en centraal vast te leggen.

Webapp: Een client-side computerprogramma die wordt gedraaid in een webbrowser.

JavaScript: Een scripttaal om webpagina’s interactief te maken en webapplicaties te ontwikkelen.

Developer Tools: Een groep gereedschappen binnen een webbrowser die een programmeur helpen bij het ontwikkelen van de website.

Inspector: Een developer tool om te zien hoe de HTML van een website is opgebouwd.

Performance: Een developer tool om bij te houden hoeveel geheugen een website gebruikt.

Console: Een developer tool waarmee waarden en errorberichten in de website uitgelezen kunnen worden.

HyperText: Tekst met direct activeerbare verwijzingen.

Markup: Een systeem voor het samenstellen van een document dat uit de syntax van het bestand uit te lezen is.

World Wide Web: Een aantal technische afspraken voor het wereldwijd over het internet aanbieden en verbinden van documenten en computertoepassingen in combinatie met de verzameling documenten en toepassingen die wereldwijd volgens dit systeem over het internet worden aangeboden.

Webserver: De computer met een programma dat via een netwerk HTTP-verzoeken ontvangt en documenten naar de client stuurt.

Elements: Aanwijzers in een HTML-bestand die aangeven wat voor soort informatie op een bepaalde plek weergeven moet worden.

Tags: De manier waarop een element in een markup taal wordt weergeven.

Empty tag: Een tag van een element zonder inhoud.

Start tag: Het begin van een element met twee tags.

End tag: Het einde van een element met twee tags.

Attributes: Opties die gebruikt kunnen worden om meer informatie toe te voegen aan een element.

Boilerplate code: De aanduiding voor code die regelmatig terugkeert maar niet of nauwelijks effect heeft op de inhoud.

Metadata: Gegevens die de karakteristieken van bepaalde gegevens beschrijven.

Comments: Stukken tekst die niet uitmaken voor de website, maar die er alleen zijn om extra context te geven aan de mensen die je code lezen.

WebStorm: Een IDE die speciaal is gemaakt om websites mee te maken.

IDE: Een Integrated Development Environment is een programma wat speciaal is gemaakt om software mee te schrijven met speciale gereedschappen voor programmeurs.

Debug mode: Een modus in een IDE dat de programmeur de mogelijkheid geeft om terwijl het programma bezig is de interne staat van het programma te wijzigen.

Syntax highlighting: Een onderdeel van IDE’s waarbij tekst met verschillende functies verschillende kleuren krijgt toegewezen.

Indentation: Lege ruimte aan het begin van een regel wat de structuur van code helpt communiceren.

Semantic Elements: Elementen in een HTML-bestand met een vaste betekenis en een vaste plaats.

Stijlregel: Een regel in een CSS-bestand die een bepaald visueel aspect van een website aanpast.

Selector: Het deel van een CSS-stijlregel die specificeert welk element of welke elements het doel zijn.

Property: Het deel van een CSS-stijlregel die specificeert welk visuele aspect aangepast moet worden.

Inline styling: Wanneer de stijlregels binnen een HTML-bestand binnen het doelelement worden toegevoegd.

Internal stylesheet: Wanneer de stijlregels binnen een HTML-bestand in een apart element worden toegevoegd.

External stylesheet: Wanneer de stijlregels voor een HTML-bestand in een apart bestand worden toegevoegd.

RGB: Een systeem om kleuren te definiëren waarbij 3 getallen gebruikt worden die waarden voor Rood, Groen en Blauw licht representeren.

RGBA: Een systeem om kleuren te definiëren waarbij 4 getallen gebruikt worden die de waarden voor Rood licht, Groen licht, Blauw licht en transparantie representeren.

HEX: Een systeem om kleuren te definiëren waarbij 3 getallen in hexadecimaal formaat gebruikt worden die de waarden voor rood, groen en blauw licht representeren.

HSL: Een systeem om kleuren te definiëren waarbij 3 getallen gebruikt worden die de waarden voor tint, verzadiging en helderheid representeren.

HSLA: Een systeem om kleuren te definiëren waarbij 4 getallen gebruikt worden die de waarden voor tint, verzadiging, helderheid en transparantie representeren.

Serif: Een categorie van lettertypen met kleine streepjes aan de uiteinden van letters.

Sans-serif: Een categorie van lettertypen zonder kleine streepjes aan de uiteinden van letters.

Monospace: Een categorie van lettertypen waarbij alle tekens dezelfde breedte hebben.

Het box model: Een model wat gebruikt wordt om het design en de layout van HTML elements te bespreken die uitgaat van dozen die in elkaar zitten.