Over de syllabus

Over de syllabus#

De syllabus is opgedeeld in zeven weken, want er zitten zeven lesweken in een module. Per week staat beschreven wat de stof voor die week is en wat je aan het eind van die week ongeveer moet kunnen om op schema te lopen. De meeste weken hebben vervolgens nog vier kopjes:

  • Tijdens de les, met een korte inhoudsopgave van wat we tijdens de les gaan bespreken en doen.

  • Online materiaal, met links naar uitlegvideo’s, tutorials en andere bronnen die je kunt gebruiken om de stof tot je te nemen. Deze bronnen zijn verdeeld in aanbevolen en alternatieve bronnen. De alternatieve bronnen kun je bijvoorbeeld gebruiken als je liever leest dan een video kijkt, snel iets op wilt zoeken in een tekst, of van hetzelfde onderwerp nog graag een andere uitleg wilt horen.

    De meeste bronnen zijn helaas allen in het Engels, maar bij video’s met ondertitels is het mogelijk om die te laten vertalen door YouTube (met redelijke resultaten, in elk geval veel beter dan volledig automatische ondertitels). Voor de eerste paar lessen zijn er ook alternatieve bronnen in het Nederlands, maar die bevatten vaak minder uitleg. Als je vastloopt omdat je iets niet kunt volgen, vraag het dan vooral!

  • Oefeningen, met kleine oefeningen die je kunt maken om de stof beter te begrijpen. De beste manier om te leren programmeren is door het te doen, dus ik beveel je van harte aan om zoveel mogelijk code te schrijven. De oefeningen bieden je daar handvatten voor, maar als je zelf een leuk idee hebt om te maken is dat nog veel beter. Als je in een video een opdracht krijgt, is het ook een goed idee om dat zelf even te proberen, al besteed je er maar een paar minuten aan.

    Er is geen vereiste dat je alle opdrachten gemaakt hebt: ik raad je aan om een of twee vaste momenten in te plannen waarop je met Processing aan de slag gaat. Als je in die tijd de oefeningen allemaal gedaan hebt, verzin dan zelf hoe je een programma kunt uitbreiden. En als je tussendoor iets leuks bedenkt om te maken, hoef je je ook niet schuldig te voelen dat je niet alle opdrachten gemaakt hebt, als je er maar die tijd aan hebt besteed.

  • Uitwerkingen, wanneer je oefeningen maakt, is het ook fijn om uitwerkingen te hebben. Zodat je kan zien of je programma doet wat het moet doen. Net zoals met uitwerkingen van een wiskunde opgave zijn er meerdere correcte uitwerkingen van een oefening mogelijk. Dus wanneer jouw programma er anders uit ziet dan onze uitwerking, maar wel hetzelfde ‘doet’, dan is jouw uitwerking ook goed!

    En we snappen natuurlijk ook dat wanneer je vastloopt in een oefening het dan heel verleidelijk kan zijn om meteen naar de uitwerkingen te grijpen. Probeer je nog even in te houden. Kijk eerst nog een keer naar de uitleg in de syllabus, kijk op Stack Overflow of google je helemaal suf. De git-repo met uitwerkingen vind je hier.

  • Project, met een handreiking voor wat je die week aan je project kunt doen. Vanaf week 3 gaan we aan de slag met het project, en dan is het aan te bevelen om de tijd die je met deze module bezig bent vooral aan je project te besteden. Er staan ook nog elke week wat oefeningen die je kunt gebruiken als je niet precies weet hoe je de stof in je project kunt toepassen. Bij de oefeningen wordt je iets meer bij de hand genomen met de stappen die je moet maken, zodat je het na die oefening zelf in je project kunt gebruiken.